fbpx

Je bent begonnen met afvallen. Je begingewicht van de weegschaal is genoteerd. Vastbesloten ben je, om het getal op die weegschaal naar beneden te krijgen. De eerste weken lukt het best goed. Maar dan stagneert het opeens, terwijl je nog steeds zo supergoed je best doet.
Balen. Houd dan je motivatie maar eens vast.

Het is belangrijk om te weten hoe je lichaam functioneert. En om de juiste verwachtingen te hebben als je begint met je afvalavontuur. Als je verwacht elke week af te vallen, dan wordt het waarschijnlijk een teleurstelling. Jouw lichaam is geen machine en er zijn allerlei factoren die jouw gewicht  op de weegschaal bepalen. Vocht, vet, je darminhoud, spiermassa, hormonen, stress, de kwaliteit van je slaap enzovoorts. Helaas heb je daar niet altijd invloed op, hoe zeer je ook je best doet.

De ‘non-scale victories’: de resultaten die je níet op de weegschaal ziet, maar wel aangeven of je goed bezig bent
Het goede nieuws is: er zijn ook andere factoren die erop wijzen of je op de goede weg zit en of je goed bezig bent. De zogenoemde’non-scale victories’, die los staan van het getal op de weegschaal. Ik geef je er 22. Misschien herken je er een paar van:

  • Misschien ben je veel actiever geworden dan voorheen. Je haalt alle (of op de meeste) dagen je stappendoel of je doet je workouts zoals gepland. Je pakt vaker de fiets. Terugkijkend op je stappenteller zie je dat je eigenlijk behoorlijk veel gedaan hebt.
  • Er verdwijnen centimeters van je lichaam. Je komt hierachter door regelmatig te meten. Je buik, je benen, je kont, je bovenarmen, je borsten; alles doet mee.
  • Je kleding zit losser. En misschien kun je zelfs alweer een broek of jurk uit de kast halen die al jarenlang achterin lag te verstoffen.
  • Je voelt je fitter. Je hebt minder dips. Je hebt minder trek in zoetigheid. Je snaaizin neemt af.
  • Je plant je eten. Je doet de moeite om even ervoor te gaan zitten en maakt een planning voor gezonde maaltijden en tussendoortjes.
  • Je doet gezonde boodschappen die passen bij je maaltijdplanning.
  • Je kiest minder vaak (of niet meer) voor een snelle hap, afhaal, kant-en-klaar of snacks.
  • Je drinkt (bijna) elke dag de hoeveelheid water die je je als doel had gesteld.
  • Je gaat je niet meer zo vaak te buiten aan chocolade of chips; je eet het nog wel, maar af en toe en dan kies je er bewust voor én je geniet ervan.
  • Mensen beginnen iets aan je te zien. Een andere coupe? Ben je bruiner geworden? Een andere bril? Jij weet wel beter, het zijn je jukbeenderen en je kaaklijn die iets zichtbaarder zijn geworden. En hé, je hebt sleutelbeenderen!
  • Je durft weer in z’n geheel op de foto te staan, zonder weg te duiken achter iemand anders.
  • Je ziet een foto van een paar maanden geleden en je ziet heel duidelijk dat je bovenarmen wat minder fors zijn en je buik echt wel wat platter. Hmm, dat was je voor de spiegel nog niet zo opgevallen.
  • Er moet een extra gaatje bij in je riem.
  • Als je naar een pretpark gaat kun je overal in, de beugel gaat gewoon gemakkelijk dicht. Ook in het vliegtuig kan de riem opeens vrij gemakkelijk dicht.
  • Als het toch een keer niet zo gaat als dat je gepland of bedacht had, stap je daar overheen en kun je je steeds makkelijker herpakken. Je bent ook maar een mens en hé, nobody is perfect. Geen man overboord.
  • Je durft iets te weigeren als iemand jou iets van eten of drinken aanbiedt. Je voelt je niet langer verplicht om iets te nemen (en al zeker niet iets waar je eigenlijk niet eens zo van houdt).
  • Je lacht meer. Je voelt je beter omdat je weet dat je goed bezig bent. Je zit gewoon lekkerder in je vel omdat je goed voor jezelf zorgt. Je voelt meer zelfvertrouwen.
  • Je bent gezonder. Je bloedwaardes zijn beter. Je cholesterol is lager. Je hebt meer spiermassa.
  • Je draagt na jaren weer een bikini in plaats van een tankini, badpak of pareo.
  • Je gaat veel relaxter om met (niet) eten. Je bent er veel minder mee bezig in je hoofd.
  • Je speelt meer met je kinderen. Je bent niet meer zo snel buiten adem als je even in de tuin aan het ravotten bent met ze.
  • Je merkt dat het lopen je steeds beter af gaat. Je conditie gaat vooruit. In de zomervakantie kon je zelfs vrij makkelijk die berg op (vorig jaar ging dat nog lastig en moest je lang bijkomen).

En zo zijn er nog veel meer ‘non-scale victories’ te bedenken: dingen die je niet op de weegschaal terugziet, maar die wel laten zien dat je goed bezig bent..

Het getal op de weegschaal is niet heilig. Het is slechts een indicatie van hoe je in z’n totaliteit bezig bent. Dus staar je hier alsjeblieft niet blind op.

Ja, het is leuk als je inspanningen op de weegschaal worden beloond, maar er zijn zoveel andere beloningen die net zo fijn (zo niet: nog fijner) zijn. Zie dit en waardeer dit.

Wat is jouw favoriete ‘non-scale victory’, oftewel: wat geeft bij jou aan of je goed bezig bent?